Share on FacebookGoogle+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestEmail to someoneshare on Tumblr

“Be the change you wish to see in the world” – Mahatma Gandhi

Mahatma Gandhi (1869–1948) ademde karma: hij was een voorvechter voor rechtvaardigheid, diversiteit en fundamentele mensenrechten en zijn leven en geweldloze verzet zijn nog altijd een inspiratie voor velen. In een wereld waarin continu nieuwe conflicten ontstaan, laat Gandhi ons zien hoe het ook kan.

Als een leider van de Nationale Congrespartij (Indian National Congress) voerde Mahatma Gandhi door het hele land campagne om de extreme armoede in India terug te dringen, vrouwen meer rechten te geven, vrede te stichten tussen vijandige religieuze en etnische groeperingen en van India een onafhankelijke staat te maken. Maar misschien is zijn grootste nalatenschap nog wel zijn geweldloze strijd tegen onderdrukking, waarmee hij ook vandaag de dag nog duizenden mensen inspireert deel te nemen aan geweldloos verzet. Zijn vreedzame, universele filosofie gaat uit van drie principes: ahimsa (geweldloosheid), satyagraha (waarheid) en swaraj (zelfbestuur). In India wordt Gandhi nog vaak de ‘Vader van de natie’ genoemd.

Een van de dingen die hem een groot leider maakten, was hoe hij bruggen wist te slaan, tussen lagere en hogere kasten en tussen moslims, christenen en hindoes. Gandhi zag altijd het goede in ieder mens, ongeacht religie, geslacht of sociale positie. Voor hem oversteeg een puur en waarachtig geloof alle religies. Tijdens zijn zoektocht naar kennis en strijd voor vrede liet hij zich inspireren door zowel Boeddha als de profeet Mohammed.

Geen woorden, maar daden

Gandhi was een echte optimist en geloofde dat de mens in staat was op te klimmen naar een hoger moreel niveau. Dit demonstreerde hij zelf tot op zeer hoge leeftijd door elke crisis en ieder conflict aan te grijpen als een kans voor spirituele groei. “Ik ben altijd optimistisch gebleven”, zei hij. “Zelfs in de donkerste uren brandde er diep in mij altijd een sprankje hoop.”

Gandhi droomde van religieuze harmonie en streed voor gelijke rechten voor moslims in India. Wanneer moslims en hindoes de wapens oppakten, vastte hij en dreigde vaak zelfs met zelfmoord. Hij was ervan overtuigd dat daden meer zeggen dan woorden, en met zijn persoonlijk lijden wist hij mensen zo ver te krijgen hun wapens neer te leggen. Door deze morele filosofie smolten Gandhi’s publieke en private leven uiteindelijk samen. “Alleen door je dienstbaar op te stellen, kun je de waarheid inzien en je diepste zelf omarmen”, zei hij.

Hij heeft duidelijk laten zien dat vreedzaam verzet zeker opgewassen is tegen onderdrukking, onrecht en wreedheid. Maar let wel: geweldloosheid betekent niet ‘niets doen’. Er is veel moed voor nodig om je te verzetten tegen mensen die geweld gebruiken om hun zin door te drijven.

“Ik keur geweld af”, zei Gandhi ooit, “omdat het goed dat het soms lijkt te doen, altijd van tijdelijke aard is en uiteindelijk alleen het kwaad overblijft.”

Moreel leiderschap

Veel andere grote leiders uit de geschiedenis, zoals Martin Luther King Jr., Václav Havel en Nelson Mandela, putten inspiratie uit Gandhi’s leven. Hun krachtige boodschap aan elk van ons is de menselijke waardigheid te respecteren en intolerantie te verwerpen.

Op 30 januari 1948 werd Gandhi vermoord door Nathuram Godse, een hindoenationalist. Bijna zeventig jaar na zijn dood is zijn spirituele nalatenschap nog altijd springlevend. In 2007 riep de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties zijn geboortedag, 2 oktober, uit tot de Internationale Dag van de Geweldloosheid.

Wiel van onafhankelijkheid

De naam Mahatma, Sanskriet voor ‘verheven ziel’, kreeg Gandhi in Zuid-Afrika, waar hij als jurist werkte voor de

firma Muslim Indian Traders. Hij woonde en werkte hier uiteindelijk 21 jaar, van 1893 tot 1914, en ontwikkelde in die periode zijn visie en leiderschapsvaardigheden. Het was ook daar dat hij voor het eerst zijn geweldloze verzet inzette om de ingezetene Indiase gemeenschap te ondersteunen in hun strijd voor burgerrechten. In de Indiase onafhankelijkheidsstrijd breidde hij zijn geweldloze tactiek uit met de swadeshi, de boycot van buitenlandse goederen.

Hij moedigde de Indiase bevolking aan net als hij zelf gesponnen kleding te dragen, in plaats van textiel van Britse makelij. Hij vond een klein, draagbaar spinnewiel uit en stimuleerde Indiase mannen en vrouwen, rijk of arm, zo tijd vrij te maken om hun eigen stoffen te spinnen. Hiermee gaf hij vooral de armere bevolkingsgroepen een hernieuwd gevoel van zelfvertrouwen, en droeg hij verder bij aan de onafhankelijkheid van India. Op de eerste versies van de Indiase vlag prijkt nog een spinnewiel, dat naar verloop van tijd transformeerde in het wielvormige symbool, de chakra, dat tegenwoordig op de vlag staat.

 

Deze post is ook beschikbaar in: Engels Spaans Frans Duits Zweeds

Related posts

Leave a Comment

Error: Please check your entries!