Share on FacebookGoogle+Tweet about this on TwitterShare on LinkedInPin on PinterestEmail to someoneshare on Tumblr

Als je ’s ochtends voor de spiegel staat om je op te maken, gaat er waarschijnlijk van alles door je hoofd: wat je gaat aandoen die dag, wat er allemaal op de planning staat, of je weer file zult staan… Maar waar je waarschijnlijk níet bij stilstaat, is dat jezelf opmaken een ritueel is dat al duizenden jaren bestaat.

Cosmetica wordt al sinds 10.000 v.Chr. gebruikt, om verschillende redenen en in verschillende vormen. Daarmee is het een van de belangrijkste kenmerken van de mens. In deze blog nemen we je mee op een reis door de eeuwen heen en vertellen we je alles over make-up en hoe er over make-up werd gedacht.

Make-up voor iedereen
Het verhaal begint in het oude Egypte, waar cosmetica niet zo zeer werd gebruikt om zich mooi te maken, maar eerder medicinale en religieuze doeleinden had. De kohl die de Egyptenaren bij hun ogen aanbrachten, was gemaakt van gebrande amandelen, lood en geoxideerd koper en was een eerbetoon aan de god Horus en de godin Hathor. Het lood was op ingenieuze wijze gefilterd zodat het niet meer giftig was, maar juist beschermde tegen ooginfecties, een gevaar dat voortdurend op de loer lag in de stoffige woestijn en de zompige moerassen rond de Nijl. Vanaf ca. 4.000 v.Chr. begonnen Egyptische vrouwen make-up te gebruiken om zich mooier te maken. Ze vermaalden bijvoorbeeld malachiet om hun oogleden een groene kleur te geven en ze extraheerden een rode kleurstof uit vermalen karmijnkevers om hun lippen te kleuren. Een belangrijk kenmerk dat het cosmeticagebruik van de Egyptenaren onderscheidde van andere gebieden en tijdsperioden, is dat make-up niets zei over de sociale status of het geslacht van de drager. Alle Egyptenaren – vrouwen én mannen uit alle lagen van de bevolking – droegen elke dag make-up. In het oude China ging het er heel anders aan toe. Daar had elke dynastie zijn eigen kleurenpalet, waaruit bleek tot welke familie de drager behoorde. In tegenstelling tot in Egypte was het voor de Chinese lagere klassen strikt verboden om gekleurde cosmetica te gebruiken. Wel gebruikten ze zowel in China als in Japan rijstpoeder om hun huid lichter te maken.

Wie mooi wil zijn…
De huid lichter maken is iets wat in veel beschavingen gedaan werd, omdat een bleke huid werd gezien als een teken van rijkdom (dat je weinig in de zon kwam, betekende dat je niet op het land werkte) en vitaliteit. Ironisch genoeg was de methode die werd gebruikt om deze “gezonde” look te creëren vaak verre van gezond. Mensen werden er ziek van en gingen er soms zelfs aan dood. Zo gebruikten de oude Grieken loodhoudend psimuthion om hun huid lichter te maken. De aristocraten in Italië kozen voor loodwit en in sommige landen plaatsten ze zelfs bloedzuigers achter hun oren om alle kleur uit hun gezicht weg te laten zuigen. Door het langdurige gebruik van loodhoudende producten werd de huid vaak grijs en kregen sommigen last van haaruitval. Weinig moois aan dus! Onder historici wordt zelfs gespeculeerd dat de Engelse koningin Elizabeth I stierf aan bloedvergiftiging omdat ze haar gezicht steeds wanneer ze in het openbaar kwam lichter maakte met een giftig pigment. In de hogere klassen van de meeste samenlevingen was het algemeen geaccepteerd om de huid lichter te maken. Maar over de voorgangers van blush en lippenstift werd niet altijd even positief gedacht.

Alleen voor acteurs en prostitués
In veel samenlevingen in de loop van de geschiedenis werd behoorlijk neergekeken op vrouwen die make-up gebruikten om zich mooi te maken. In haar fascinerende boek Face Paint zegt Lisa Eldridge hier het volgende over: “Als je kijkt naar de geschiedenis van het gebruik van make-up, dan wordt het al snel duidelijk dat de vrijheid en rechten die vrouwen hadden in een bepaalde periode sterk verband hielden met de vrijheid waarmee ze zich opmaakten. In het algemeen kan worden gesteld dat het gebruik van make-up het meest werd bespot en onacceptabel werd gevonden in tijden waarin de onderdrukking van vrouwen het sterkst was.” Tijdens de kruistochten vond men het bijvoorbeeld een belediging voor het Christendom als vrouwen make-up droegen en vond men het maar ijdel om iets te veranderen aan het uiterlijk dat God je had gegeven. Tijdens bepaalde periodes in het oude Griekenland tot aan de Renaissance vond men het gebruik van cosmetica vulgair en misleidend. Alleen voor acteurs, courtisanes en prostitués was dit algemeen geaccepteerd. Toen blush in het Victoriaanse Engeland uit de gratie raakte, knepen vrouwen in hun wangen en beten ze op hun lippen om een rozige gloed te creëren. Pas toen de modieuze vrouw van koning Eduard VII, Alexandra van Denemarken, haar koninklijke goedkeuring gaf voor het gebruik van make-up, durfden vrouwen zich weer in het openbaar te vertonen met poeder en blush. In 1912 werd het dragen van felrode lippenstift in de Verenigde Staten zelfs een politiek statement. Het betekende dat je vóór het stemrecht voor vrouwen was.

Het witte doek, massaproductie en innovatie
Onze moderne opvattingen van cosmetica (vanaf begin twintigste eeuw) hebben we voor een groot deel te danken aan Hollywood. Zo is “make-up” een afkorting van “making up”, een veelgebruikte term op filmsets. De tijdschriften van de jaren dertig stonden bol van de verwijzingen naar filmsterren: schoonheidstips van de sterren, stap-voor-stap instructies om dezelfde ogen te creëren als Bette Davis, of dezelfde lippen als Jean Harlow… De evolutie die deze producten ondergingen, van iets wat visagisten op een filmset gebruikten tot iets wat voor alle vrouwen beschikbaar was, was een direct gevolg van de opkomst van massaproductie en innovatie. Naar het schijnt creëerde het Britse bedrijf Rimmel de allereerste moderne versie van mascara. Nou ja, mascara… Het was niet meer dan wat kolenstof gemengd met vaseline, een ramp om netjes aan te brengen. Pas toen Helena Rubinstein in 1958 de Mascara-Matic introduceerde, een hulpmiddel ter grootte van een pen met een “borsteltje”, wat niet meer voorstelde dan een stukje metaal met een paar groeven, konden vrouwen mascara in hun handtas overal mee naartoe nemen. Door de massaproductie konden er ook oogschaduwpaletten worden geproduceerd in plaats van alleen losse oogschaduwkussentjes, wat aanleiding gaf tot allerlei nieuwe trends: van heel subtiel in de jaren vijftig, via de kleurrijke “alles kan”-looks in de jaren tachtig, tot de complexe looks die vrouwen anno nu creëren. Lippenstift, ooit door mode-icoon Coco Chanel “het ultieme verleidingswapen van de vrouw” genoemd, werd pas vanaf de jaren dertig in zijn huidige vorm geproduceerd. En tot in de jaren twintig de compact werd geïntroduceerd, zat blush in potjes, flesjes, papier of folie.

Intrigerend, niet? En er is nog veel meer te vertellen over dit boeiende onderwerp. We hopen vooral dat je nog even aan deze blog terugdenkt als je morgenochtend voor de spiegel staat, dankbaar dat je foundation niet giftig is en dat je niet bang hoeft te zijn om door de maatschappij te worden verstoten als je make-up draagt.

Deze post is ook beschikbaar in: Engels Spaans Frans Duits Portugees, Portugal Zweeds

Leave a Comment

Error: Please check your entries!